2 Monniken

monksTwee monniken komen aan bij de oever van de rivier. Daar staat een prachtige jonge vrouw. De mannen kijken naar de grond om niet door begeerte te worden bevangen. Ze wenkt hen echter en vraagt om hulp. Ze moet voor het donker aan de overkant zijn en het water van de rivier blijft maar stijgen. Een van de mannen twijfelt geen moment en tilt haar op en draagt haar naar de overkant waar ze hem bedankt met een omhelzing. Als de mannen stilzwijgend een paar uur later bij hun slaapplaats aankomen zegt de een: Het moet me toch van het hart dat ik vind dat het niet kan wat je deed, haar zo optillen naar de overkant, een prachtige vrouw, zo begeerlijk. En dan die omhelzing! Wat voor monnik ben je eigenlijk? Waarop de ander antwoord: Ik heb haar opgetild, over de rivier heen getild en haar daar achter gelaten. En jij hebt haar niet eens opgetild en je loopt nog steeds met haar rond.

Waar loop jij nu nog mee rond?